5. Beoordeling

Hieronder zie je waar je allemaal op moet letten.

Als je je werk inlevert, zal de leerkracht ook dit schema erbij pakken om te kijken hoe goed je het hebt gedaan.




   

 

Goed

Voldoende

Onvoldoende

Periode op tijdlijn plaatsen.

Je hebt de juiste periode aangeduid op de tijdlijn. Je hebt de juiste datums gebruikt.

Je hebt de juiste periode aangeduid op de tijdlijn. Je hebt de foute datums gebruikt.

Je hebt niet de juiste periode aangeduid op de tijdlijn. Je hebt niet de juiste datums gebruikt.

Voldoende foto’s geplaatst op je prikbord.

Je hebt gezorgd voor voldoende foto’s voor de  tijdlijn en de rest van je prikbord.

De foto’s die je gezocht hebben zijn correct.

Je had meer foto’s kunnen gebruiken. De foto’s die op je prikbord hangen zijn wel correct voor je periode.

Je hebt niet voldoende foto’s gebruikt. Er zijn foto’s bij die niet correct zijn voor je gekregen opdrachten.

Je hebt een land- of wereldkaart gebruikt en juist gebruikt.

Je hebt een duidelijke land- of wereld gebruikt.

Je hebt de juiste plaatsen aangeduid op de land- of wereldkaart.

Je hebt niet gekozen voor de duidelijkste land- of wereldkaart.

Je hebt de juiste plaatsen aangeduid op de land- of wereldkaart.

Je land- of wereldkaart was niet duidelijk. De plaatsen die je hebt aangeduid waren niet correct.

Je hebt voldoende informatie gezocht.

De informatie die je hebt opgezocht was ruim voldoende. Je hebt de informatie goed geordend en mooi gepresenteerd.

Je had nog iets meer informatie kunnen zoeken. De presentatie van de informatie had beter geordend kunnen zijn.

Je hebt niet voldoende informatie gezocht. Je hebt de informatie niet goed geordend en gepresenteerd.

De informatie die je hebt gezocht is correct.

De informatie die je gezocht hebt is correct.

De informatie die je gezocht is niet helemaal correct.

De informatie die je gezocht hebt is niet correct.